Sparen en beleggen zijn twee manieren om vermogen op te bouwen. Sparen is daarbij de veiligste manier van vermogenopbouw. U stort met enige regelmaat geld op een spaarrekening en over uw spaarsom ontvangt u rente.

Een vaak gehoord argument tegen sparen is dat het te weinig rendement oplevert. Dit is gedeeltelijk waar. Wanneer u langer dan 5 jaar spaart echter, begint het rentewapen goed te werken. Wie bijvoorbeeld bij de huidige lage rente van 2,5% iedere maand € 100 spaart, heeft na twintig jaar een renteopbrengst van € 7.130. Ligt de rente op 3,5%, dan is de renteopbrengst zelfs € 10.673.

Voor wie niet wil beleggen is sparen een veilig alternatief. Wie het geld voor meerdere jaren vastzet krijgt ook nog eens een hoger rentepercentage. Die kunt u vaak ook krijgen als u een hoger saldo vastzet. Over sparen kan dus gesteld worden: Hoe langer de periode en hoe hoger het spaarbedrag, hoe hoger het rentepercentage.

Spaarverzekering

U kunt ook sparen via een spaarverzekering. De premie die u voor uw verzekering betaalt, kunt u zien als uw spaargeld. Uw geld wordt in dat geval belegd, wat vaak een hoger rendement oplevert dan de rente op een gewone spaarrekening. Het voordeel van een spaarverzekering is dat u hierbij ook het overlijdens- en/of arbeidsongeschiktheidsrisico kunt meeverzekeren.

Sparen via de werkgever

Sparen kan ook via uw werkgever. Daarvoor bestaan twee mogelijkheden: de spaarloonregeling en de levensloopregeling.

Spaarloon

Met de spaarloonregeling wordt het spaargeld ingehouden van uw brutosalaris. Het voordeel is, dat u geen belasting betaalt over het salarisgedeelte dat u spaart. U mag per jaar maximaal €613,- sparen. Een nadeel is, dat het spaarbedrag vier jaar vaststaat, tenzij u het geld gebruikt voor specifieke doelen. U kunt het geld bijvoorbeeld direct opnemen voor: het kopen van een eigen woning, het betalen van premies van een lijfrente- of pensioenverzekering, het bekostigen van onbetaald verlof, kinderopvang of een studie en voor het starten van een eigen onderneming.

Levensloop

Met de levensloopregeling mag u per jaar maximaal 12% van uw brutoloon sparen, tot een maximum spaartegoed van 210% van uw brutoloon. Met de levensloopregeling spaart u voor een specifiek doel, namelijk onbetaald verlof of eerder stoppen met werken. Als u genoegen neemt met 70% van het laatstverdiende loon, kunt u hiermee ongeveer drie jaar eerder stoppen met werken. De levensloopregeling is een individuele regeling, wat wil zeggen dat u zelf bepaalt door welke aanbieder u uw regeling laat verzorgen. U kunt ook zelf kiezen wat er met uw geld gebeurt: sparen, beleggen of verzekeren.

Fiscale aspecten

Uw spaartegoed wordt door de belastingdienst gerekend tot uw vermogen. Voor iedereen geldt in box 3 een heffingvrij vermogen. Dit is een vast bedrag dat is vrijgesteld van belasting. Het heffingvrije vermogen bedraagt € 20.014 per belastingplichtige (2008). Daarnaast geldt het volgende:

  • Als uw vermogen niet hoger is dan € 20.014, dan is het helemaal belastingvrij.
  • Als u 65 jaar of ouder bent, dan kan het heffingvrije vermogen worden verhoogd met de ouderentoeslag.
  • Als u kinderen heeft, dan kan het heffingvrije vermogen verhoogd worden met € 2.674 per minderjarig kind.
  • AIs uw vermogen hoger is dan het heffingvrije vermogen, dan telt alleen het deel boven de vrijstelling mee voor het berekenen van de belasting in box 3.

Boven dit bedrag betaalt u 1,2% vermogensrendementsheffing.